Een van de eerste gidsen waarvan ik me bewust werd, was mijn overleden overgrootmoeder, bij ons in de familie bekend als Grootje van Etten. Ik was nog heel jong toen ze overleed en had nauwelijks herinneringen aan haar, maar toch voelde ik haar aanwezigheid altijd om me heen. Het was alsof zij vanaf het begin over mijn pad waakte.
In onze eerste “gesprekken” noemde ik haar automatisch Grootje van Etten. Maar op een dag hoorde ik haar zacht, maar duidelijk, zeggen: “Zeg dan Mie.” Het was alsof ze mijn hart rechtstreeks raakte. Die naam kende ik niet, en het voelde tegelijkertijd vertrouwd en nieuw.
Nieuwsgierig vroeg ik het aan mijn moeder, die me doorstuurde naar tante Riet, één van de weinigen die dit nog kon weten. Toen zij bevestigde dat mijn overgrootmoeder inderdaad Mie van Bartjes werd genoemd – zoals mijn gids mij had verteld – voelde het als een wonderlijke verbinding. Tijd en ruimte leken geen rol meer te spelen. Het was een bevestiging dat de band die ik voelde, echt was; een bewijs dat ik niet alleen een herinnering volgde, maar werkelijk contact had met haar spirit.
Het gevoel dat hierdoor ontstond, was magisch en geruststellend. Het is een herinnering aan de liefde die verder reikt dan ons aardse leven, aan de gidsen die ons omringen en ons helpen, zelfs als we nog klein en zoekend zijn. Zo’n moment laat je beseffen dat we nooit alleen zijn en dat verbindingen met onze voorouders en gidsen altijd bestaan, voorbij tijd en ruimte, vol licht en bescherming.
Reactie plaatsen
Reacties