Ik kreeg een telefoontje van een man die graag een healing wilde. We maakten een afspraak en op het afgesproken tijdstip stond hij op de stoep. Toen ik de voordeur opendeed, stond er achter hem een indiaan met een enorme hoofdtooi. Even wist ik niet wat ik hiermee aan moest. Een nieuwe cliënt, en hoe vertel ik hem nu dat er iemand óók in de kamer aanwezig is? In gedachten zei ik tegen de indiaan: Nee, echt niet.
De week erop kwam de man voor een vervolgbehandeling en opnieuw stond die indiaan bij hem. Wederom zei ik in gedachten nee, en telepathisch fluisterde ik: Sorry, ik kom over als een dorpsidioot als ik dit vertel. Maar de indiaan keek bozig, zijn aanwezigheid was overweldigend. Tot mijn verrassing was hij echter niet groot en imposant zoals in de films—hooguit anderhalve meter—maar zijn energieveld was krachtig en intimiderend.
Bij de derde behandeling kon ik het niet langer voor me houden. De indiaan was zo aanwezig dat ik zachtjes vertelde wat ik zag: dat hij altijd bij de cliënt was als gids, een echte indiaan aan zijn zijde. De reactie van de man? Volkomen blij en verrast, als een kind dat een geheim ontdekt. Zijn zus had ook een indiaan als beschermengel en hij had nooit gedacht dat hij zelf zo’n gids zou hebben.
Tot slot vroeg hij nog: “Is het een Noord- of Zuid-Amerikaanse indiaan?” Daar moest ik eerlijk op antwoorden dat ik dat niet wist—ik heb immers geen diepgaande kennis van de verschillende indianenculturen. Maar één ding was duidelijk: deze gids was er om hem te ondersteunen, kracht te geven en te beschermen.
Reactie plaatsen
Reacties