Het verhaal van Maartje
nagelbijten
Er zijn van die gewoontes die zo vanzelfsprekend zijn geworden… dat je ze bijna niet meer opmerkt, totdat iemand er iets over zegt, of totdat je zelf ineens voelt hoe vaak het eigenlijk gebeurt, op momenten waarop je er niet bewust voor kiest, maar je hand toch weer langzaam richting je mond beweegt.
Maartje was 34 toen ze tegenover me zat, een rustige vrouw met een zachte uitstraling, iemand die veel voelde en vaak meer opmerkte dan ze liet zien. Ze werkte in de zorg, was gewend om er voor anderen te zijn, om signalen op te vangen, om aandacht te geven waar dat nodig was… en ergens in dat zorgen voor anderen, was er een klein, bijna onzichtbaar stukje van haarzelf dat iets anders was gaan doen.
Nagelbijten.
Niet af en toe, niet alleen in spannende situaties, maar eigenlijk verspreid over de dag. Tijdens het autorijden, wanneer ze even moest wachten, ’s avonds op de bank, zelfs terwijl ze televisie keek zonder dat er echt iets gebeurde. Het was geen bewuste keuze… het gebeurde gewoon.
Ze vertelde hoe mensen haar er al jaren op wezen. Soms voorzichtig, soms wat directer. Dat het zonde was van haar handen, dat het er onrustig uitzag, dat ze er misschien iets aan moest doen. En ze had het ook echt geprobeerd.
Pleisters, speciale lak, afspraken met zichzelf… zelfs periodes waarin het even beter ging.
Maar vroeg of laat… kwam het terug.
“Het is alsof mijn handen het eerder weten dan ik,” zei ze.
“Ik heb het vaak pas door als ik al bezig ben.”
En terwijl ze dat zei, bewoog haar hand even richting haar mond, bijna automatisch… om halverwege te stoppen, een beetje lachend, een beetje ongemakkelijk.
Wat vaak gebeurt bij dit soort gewoontes… is dat ze niet zomaar een gewoonte zijn. Het zijn kleine regulatiesystemen geworden, manieren waarop het lichaam spanning verwerkt zonder dat je daar bewust bij stil hoeft te staan.
En bij Marieke werd al snel voelbaar dat het daar ergens zat.
Niet in grote, duidelijke stressmomenten… maar juist in de kleine, stille stukjes van de dag. Overgangen, wachten, even niets hoeven… momenten waarop haar systeem als het ware iets zocht om zich aan vast te houden.
We hoefden niet te zoeken naar een groot probleem. Het zat juist in het subtiele.
In de sessies die volgden, ontstond er langzaam ruimte om te gaan voelen wat er precies gebeurde vlak vóór dat automatische moment. Niet om het tegen te houden… maar om het waar te nemen.
En dat was voor haar al een verschil.
Ze beschreef hoe ze voor het eerst merkte dat er een soort lichte spanning door haar handen ging… een onrust die ze eerder nooit had opgemerkt, omdat ze er meteen iets mee deed.
Alsof er een klein signaal was… dat normaal gesproken direct werd gevolgd door het bijten.
In hypnose konden we dat moment als het ware vertragen. Niet om het stil te zetten, maar om het zichtbaar te maken van binnenuit.
Ze hoefde niets te veranderen… alleen te ervaren.
En ergens in dat ervaren… gebeurde er iets.
Ze begon te merken dat die impuls niet constant was. Dat het opkwam, een piek bereikte… en ook weer kon afnemen, als ze het even liet zijn.
Dat was nieuw.
Want voorheen voelde het alsof het gewoon moest gebeuren.
Alsof er geen tussenruimte was.
We werkten met het idee dat haar handen eigenlijk iets probeerden te doen… niet om haar te frustreren, maar om haar te helpen. Een vorm van ontlading, van regulatie, misschien zelfs een manier om zichzelf te kalmeren zonder dat ze het doorhad.
En toen die intentie eenmaal gevoeld werd… kon er iets verschuiven.
Niet door het nagelbijten “weg te halen”, maar door haar systeem andere mogelijkheden te laten ervaren.
Ze begon kleine veranderingen op te merken in haar dagelijks leven. Momenten waarop haar hand wel omhoog ging… maar ze ineens kon kiezen om hem weer neer te leggen.
Niet altijd. Niet perfect.
Maar af en toe.
En dat “af en toe”… werd langzaam vaker.
Ze vertelde hoe ze op een avond op de bank zat, televisie keek zoals altijd… en zich ineens realiseerde dat haar handen gewoon rustig op haar schoot lagen.
Zonder dat ze er moeite voor had gedaan.
“Het voelde bijna raar,” zei ze lachend.
“Alsof ik iets vergeten was… maar dan op een goede manier.”
En misschien was dat precies wat er gebeurde.
Niet dat ze iets had geleerd wat ze moest doen… maar dat haar systeem iets had losgelaten wat het niet meer nodig had.
In de weken daarna bleven er nog momenten waarin ze terugviel. Dat hoort erbij. Gewoontes verdwijnen niet in één rechte lijn.
Maar het verschil was… dat het niet meer automatisch alles overnam.
Er was ruimte gekomen.
En in die ruimte… ontstond keuze.
Wat Maartje uiteindelijk ontdekte, was dat nagelbijten nooit echt het probleem was geweest. Het was een oplossing geweest… voor iets dat zo subtiel was dat het nauwelijks opviel.
En toen haar systeem andere manieren begon te vinden om die spanning te reguleren… werd die oude gewoonte langzaam minder nodig.
Zonder strijd. Zonder dwang.
Gewoon… minder aanwezig.
En misschien herken je ergens iets in dat mechanisme… dat er in je lichaam soms dingen gebeuren die je niet bewust kiest, maar die wel een functie lijken te hebben.
En dat je niet altijd hoeft te weten waarom… om te merken dat er iets kan veranderen.
Soms begint het al bij het opmerken.
Bij dat kleine moment waarop je ineens ziet wat er gebeurt… en merkt dat er een fractie van ruimte zit tussen de impuls en de actie.
En in die ruimte… ligt vaak al iets nieuws te wachten.
Iets zachters.
Iets rustigers.
Iets dat je niet hoeft te forceren… maar dat vanzelf ontstaat, terwijl jij gewoon aanwezig blijft bij wat er van binnen gebeurt.