Het verhaal van Jannie

 

Jannie dacht dat afvallen vooral draaide om discipline. Ze bewonderde mensen die ogenschijnlijk moeiteloos een koekje konden laten liggen en was ervan overtuigd dat zij simpelweg meer wilskracht nodig had. Iedere maandag begon ze opnieuw. Ze maakte gezonde boodschappenlijstjes, nam zich voor om niet meer te snoepen en hield het vaak een paar dagen uitstekend vol. Totdat de vermoeidheid toesloeg, er een drukke dag tussendoor kwam of ze zich ergens zorgen over maakte. Dan leek alle controle ineens verdwenen.

Daar baalde ze enorm van.

Niet alleen omdat ze weer meer had gegeten dan ze eigenlijk wilde, maar vooral omdat ze daarna ontzettend streng voor zichzelf werd. Ze kon zichzelf toespreken op een manier waarop ze dat bij niemand anders ooit zou doen. Ze noemde zichzelf zwak, vond dat ze meer karakter moest tonen en beloofde dat ze de volgende dag nóg strenger zou zijn.

Alleen werkte dat nooit lang.

Sterker nog, hoe harder ze zichzelf probeerde te controleren, hoe groter de behoefte leek te worden om juist even niet meer bezig te hoeven zijn met regels. Dan greep ze naar iets lekkers, niet omdat ze echt honger had, maar omdat ze behoefte had aan een moment van ontspanning. Daarna volgde vrijwel direct het schuldgevoel en begon de cirkel opnieuw.

Toen Jannie aan haar traject begon, hoopte ze natuurlijk af te vallen. Maar diep van binnen verlangde ze misschien nog wel meer naar rust. Ze was moe van het voortdurende gevecht in haar hoofd. Moe van het rekenen, het compenseren en het gevoel dat ze zichzelf voortdurend in de gaten moest houden.

Al na een paar weken merkte ze dat er iets begon te veranderen.

Niet spectaculair.

Niet alsof alle verleidingen ineens verdwenen waren.

Maar subtiel.

Ze ontdekte dat ze steeds vaker vanzelf stopte met eten wanneer ze genoeg had. Ze hoefde daar niet meer bewust over na te denken. Waar ze vroeger haar bord leeg at omdat dat nu eenmaal de gewoonte was, merkte ze nu dat haar lichaam eerder aangaf dat het voldoende was.

In het begin vond ze dat bijna vreemd.

Alsof ze haar eigen lichaam opnieuw moest leren vertrouwen.

Een avond staat haar nog helder voor de geest. Ze zat televisie te kijken en er lag chocolade in de kast. Vroeger zou ze daar de hele avond aan gedacht hebben. Ze zou zichzelf eerst vertellen dat ze niets mocht nemen, daarna toch een stukje pakken en uiteindelijk vaak meer eten dan ze eigenlijk wilde.

Deze keer gebeurde er iets anders.

Ze dacht even aan de chocolade, stond op, keek ernaar en voelde toen heel duidelijk dat ze eigenlijk helemaal geen trek had. Ze glimlachte zelfs een beetje om zichzelf, schonk een kop thee in en ging weer op de bank zitten.

Niet omdat ze zichzelf had verboden iets te nemen.

Maar omdat haar lichaam simpelweg aangaf dat het niet nodig was.

Dat moment maakte diepe indruk op haar.

Voor het eerst voelde ze dat gezond eten niet alleen uit haar hoofd hoefde te komen. Haar lichaam begon zelf signalen te geven waar ze jarenlang nauwelijks naar had geluisterd. Honger voelde weer als honger. Verzadiging voelde weer als verzadiging. En eten werd steeds minder een oplossing voor vermoeidheid, stress of verveling.

Ook haar omgeving begon veranderingen op te merken. Niet alleen omdat ze langzaam gewicht verloor, maar vooral omdat ze veel ontspannener werd. Ze zei niet meer voortdurend dat ze "op dieet" was. Ze sloeg een keer iets af zonder daar een groot verhaal van te maken en genoot net zo goed van een verjaardag, zonder daarna het gevoel te hebben dat alles mislukt was.

Dat gaf haar een vrijheid die ze jarenlang niet had gevoeld.

Ze ontdekte dat afvallen helemaal niet hoefde te betekenen dat ze voortdurend tegen zichzelf vocht. Juist doordat de strijd verdween, werden gezonde keuzes steeds vanzelfsprekender.

Een paar maanden later keek ze terug op de vrouw die iedere maandag opnieuw begon en zichzelf steeds opnieuw veroordeelde. Ze herkende zichzelf nog wel, maar voelde ook hoeveel er veranderd was.

Niet alleen op de weegschaal.

Vooral vanbinnen.

Toen iemand haar vroeg wat voor haar het grootste verschil was, hoefde ze daar niet lang over na te denken.

Ze zei:

"Ik hoef mezelf niet meer streng toe te spreken. Mijn lichaam geeft het gewoon zelf aan, en dat voelt zó anders dan vroeger."

En misschien is dat wel de mooiste verandering die er kan ontstaan. Niet dat je iedere dag perfecte keuzes maakt, maar dat je steeds meer leert vertrouwen op de signalen van je eigen lichaam. Dat eten weer gewoon eten mag zijn. Dat je niet langer hoeft te leven vanuit regels, maar vanuit aandacht.

Want wanneer je lichaam weer gehoord wordt, hoeft je hoofd niet langer de hele dag de controle te houden. Dan ontstaat er iets wat veel waardevoller is dan alleen gewichtsverlies.

Er ontstaat rust.

 
 
 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.