Ik heb lange tijd het gevoel gehad dat ik mijn lichaam niet meer zo goed begreep. Ik wist natuurlijk best wat gezond was en wat ik eigenlijk zou moeten doen om af te vallen, maar in de praktijk voelde het vaak alsof mijn hoofd iets anders wilde dan mijn lichaam. Ik kon me een tijdlang heel goed aan mijn voornemens houden, maar uiteindelijk kwam er altijd weer een moment waarop ik terugviel in oude gewoontes.
Wat ik tijdens mijn traject vooral ben gaan merken, is dat ik niet meer zo hard tegen mezelf hoef te vechten. Ik hoef mezelf niet voortdurend te vertellen wat ik wel en niet mag eten. Er is iets veranderd in de manier waarop ik naar eten en naar mezelf kijk.
Ik merk steeds beter wanneer ik echt honger heb en wanneer ik eigenlijk iets anders nodig heb. Ook het moment waarop ik genoeg heb gegeten, lijkt vanzelf duidelijker te worden. Waar ik vroeger misschien nog even doorging omdat het er nu eenmaal lag, kan ik nu veel gemakkelijker luisteren naar dat gevoel van verzadiging.
Dat geeft mij een heel ander gevoel dan vroeger.
Het is niet alsof ik de hele dag bezig ben met afvallen. Juist niet. Ik merk dat gezonde keuzes steeds vanzelfsprekender worden en dat ik minder hoef na te denken over wat ik moet doen.
Soms sta ik er zelf even bij stil en denk ik: het is alsof mijn lichaam weer weet wat goed voor me is.
En misschien is dat voor mij wel het mooiste wat er veranderd is. Ik vertrouw mijn lichaam weer wat meer en hoef mezelf niet steeds streng toe te spreken. Daardoor voelt het allemaal veel rustiger en natuurlijker.
Reactie plaatsen
Reacties