Loes had al heel wat pogingen achter de rug. Iedere keer begon ze met goede moed, met een duidelijk plan en het vaste voornemen om het nu anders te gaan doen. Ze kende inmiddels alle bekende regels rondom afvallen en wist precies welke producten gezond waren en welke ze beter kon laten staan. Toch voelde het iedere keer alsof ze tijdelijk in een soort dieetwereld stapte. Een wereld waarin ze voortdurend bezig was met wat ze mocht eten, hoeveel ze mocht eten en vooral met wat ze beter niet kon eten.
In het begin ging dat meestal goed. De eerste dagen waren overzichtelijk en het gaf haar zelfs een prettig gevoel om duidelijke regels te hebben. Maar na verloop van tijd begon het vermoeiend te worden. Ze merkte dat eten steeds meer ruimte innam in haar hoofd. Wanneer ze iets lekkers zag, dacht ze automatisch: Dat mag ik nu niet. En juist daardoor leek het soms alleen maar aantrekkelijker te worden.
Ook wanneer ze een keer iets at wat volgens haar niet binnen het plan paste, kon ze daar lang mee bezig zijn. Ze had dan het gevoel dat ze het verpest had en dacht al snel: Nu maakt het toch niet meer uit. Een klein moment kon daardoor uitgroeien tot een hele avond waarin ze meer at dan ze eigenlijk wilde.
Toen ze met haar traject begon, was één van haar grootste wensen dan ook niet alleen om af te vallen, maar vooral om eindelijk eens rust te krijgen rondom eten.
Ze wilde niet nóg een dieet.
Ze wilde leren om op een andere manier met eten om te gaan.
En juist daarin begon er iets te veranderen wat ze vooraf eigenlijk niet had verwacht.
Langzaam merkte Loes dat ze minder behoefte had aan verboden en regels. Ze hoefde zichzelf niet meer voortdurend streng toe te spreken. In plaats daarvan begon ze steeds beter te herkennen wanneer ze werkelijk honger had en wanneer ze eigenlijk iets anders nodig had. Soms was ze moe. Soms had ze behoefte aan een momentje voor zichzelf. Soms wilde ze gewoon iets lekkers omdat het gezellig was. En steeds vaker kon ze dat onderscheid maken zonder zichzelf daar meteen voor te veroordelen.
Een bijzonder moment kwam toen ze op een middag thuis kwam en merkte dat ze eigenlijk helemaal geen trek had. Er stond iets lekkers in de kast en vroeger zou ze waarschijnlijk gedacht hebben: Ik moet dit niet nemen. Nu gebeurde er iets anders. Ze wist dat het er was, maar voelde geen strijd. Ze hoefde het niet van zichzelf te verbieden en daardoor verloor het juist een deel van zijn aantrekkingskracht.
Ze liep naar de keuken, pakte iets te drinken en ging verder met waar ze mee bezig was.
Pas later realiseerde ze zich hoe bijzonder dat eigenlijk was.
Ze had niet hoeven vechten tegen zichzelf.
Ze had zichzelf niets hoeven ontzeggen.
Ze had gewoon een keuze gemaakt.
En ondertussen viel ze af.
Dat was misschien wel het grootste verschil met alles wat ze eerder had geprobeerd. Ze had niet het gevoel dat ze voortdurend bezig was met afvallen. Er ontstond steeds meer een gevoel van gewoon anders leven. Gezondere keuzes werden vanzelfsprekender en porties werden iets waar ze meer op haar eigen lichaam leerde vertrouwen. Ze kon genieten van eten zonder dat genieten automatisch betekende dat ze moest blijven eten.
Ook een minder goede dag kreeg een andere betekenis. Wanneer ze een keer meer had gegeten dan ze van plan was geweest, hoefde dat niet langer het begin te zijn van een alles-of-nietsreactie. De volgende maaltijd was gewoon weer een volgende maaltijd. Geen straf, geen compensatie en geen gevoel dat ze opnieuw moest beginnen.
En misschien was dat wel het moment waarop Loes ontdekte dat afvallen helemaal niet voortdurend zwaar hoeft te voelen.
Het bijzondere was dat ze steeds minder het gevoel had dat ze op dieet was.
En toch viel ze af.
Niet doordat ze zichzelf harder ging aanpakken, maar doordat ze steeds meer begon te vertrouwen op haar eigen vermogen om keuzes te maken.
Ze vertelde later dat ze zich vrijer voelde. Niet omdat ze ineens alles kon eten zonder gevolgen, maar omdat eten niet meer zo veel macht over haar had. Een stuk taart was gewoon een stuk taart. Een verjaardag was een verjaardag. Een maaltijd was een maaltijd.
En zij was nog steeds degene die mocht kiezen.
Dat gevoel van keuzevrijheid bleek voor Loes veel belangrijker dan welke dieetregel dan ook.
Ze hoefde niet meer te wachten op maandag om opnieuw te beginnen. Ze hoefde niet meer te denken dat één afwijking alles verpestte. Ze mocht haar dag gewoon vervolgen en steeds opnieuw luisteren naar wat op dat moment passend voelde.
Gaandeweg veranderde daardoor niet alleen haar gewicht, maar ook haar relatie met zichzelf.
Waar ze vroeger vooral keek naar wat er nog niet goed genoeg was, begon ze steeds vaker stil te staan bij wat er al veranderd was. Ze merkte dat ze zichzelf minder streng toesprak. Dat ze trots kon zijn op kleine keuzes. Dat ze niet meer iedere avond hoefde terug te kijken op alles wat ze gegeten had.
En op een dag zei ze iets wat eigenlijk de hele verandering samenvatte:
“Het bijzondere is dat ik niet het gevoel heb dat ik ‘op dieet’ ben, en toch val ik af.”
Misschien is dat precies wat er kan gebeuren wanneer afvallen niet langer een strijd tegen jezelf hoeft te zijn, maar steeds meer een proces waarin je jezelf opnieuw leert begrijpen.
Niet perfect.
Niet streng.
Maar bewust, rustig en op een manier die ook vol te houden is wanneer het leven gewoon doorgaat.
Reactie plaatsen
Reacties