Het verhaal van Marie

Marie had jarenlang het gevoel gehad dat haar hoofd nooit helemaal stil was. Zeker als het over eten ging, was er altijd wel iets om over na te denken. Wat had ze vandaag al gegeten? Was dat eigenlijk wel een goede keuze geweest? Zou ze vanavond nog iets mogen nemen? En als ze eenmaal iets had gegeten wat ze zichzelf eigenlijk niet had toegestaan, kon ze daar nog uren over blijven nadenken.

Het was vermoeiend.

Niet alleen het afvallen zelf, maar vooral het voortdurende nadenken eromheen. Marie had in de loop der jaren verschillende diëten geprobeerd. Ze kon het prima volhouden wanneer ze een duidelijk doel voor ogen had, maar zodra het leven drukker werd, merkte ze hoe gemakkelijk ze terugviel in haar oude gewoontes. Een drukke werkdag, weinig slaap, een verjaardag of gewoon een avond waarop ze moe op de bank zat, waren soms genoeg om haar goede voornemens naar de achtergrond te laten verdwijnen.

Wat haar vooral dwarszat, was dat ze zichzelf steeds opnieuw streng toesprak. Ze wist immers best wat ze moest doen. Ze wist dat een appel een andere keuze was dan een koekje en dat een normale maaltijd iets anders was dan gedachteloos blijven eten. Toch leek weten alleen niet voldoende te zijn.

Ze zei regelmatig tegen zichzelf: “Waarom doe ik dit nou weer? Ik weet toch beter?”

En juist die gedachten maakten het allemaal zwaarder.

Toen Marie begon aan haar traject, verwachtte ze eigenlijk dat ze vooral zou moeten leren om sterker te worden in het maken van gezonde keuzes. Ze dacht dat ze meer discipline nodig had en dat ze zichzelf beter moest kunnen beheersen. Maar naarmate het traject vorderde, begon ze te merken dat er iets anders veranderde.

Het werd rustiger in haar hoofd.

Niet van de ene op de andere dag en ook niet doordat ze ineens nooit meer zin had in iets lekkers. Het was veel subtieler. Ze begon simpelweg minder vaak in gesprek te zijn met zichzelf over eten.

Wanneer ze vroeger langs de keuken liep en iets lekkers zag liggen, kon ze daar vervolgens lange tijd aan blijven denken. Nu merkte ze steeds vaker dat ze het zag, maar er niets mee hoefde. Het was er gewoon.

Op een avond kwam ze thuis na een drukke dag. Ze was moe en vroeger zou dat voor haar bijna automatisch een reden zijn geweest om iets lekkers te pakken. Niet eens omdat ze echt honger had, maar omdat ze het gevoel had dat ze na zo’n dag wel iets verdiend had.

Die avond liep ze naar de keuken, opende de kast en keek even.

Ze voelde dat ze iets wilde.

Maar toen ze wat langer bij dat gevoel bleef, merkte ze dat het eigenlijk geen honger was. Ze was vooral moe. Ze had behoefte aan rust, aan even niets hoeven, aan een moment waarop niemand iets van haar vroeg.

Ze sloot de kast weer en maakte een kop thee.

Niet omdat ze zichzelf had verboden om iets te eten, maar omdat ze ineens beter begreep wat ze werkelijk nodig had.

Dat vond ze misschien nog wel bijzonderder dan het afvallen zelf.

Ze begon te ontdekken dat een keuze veel gemakkelijker wordt wanneer je niet voortdurend tegen jezelf hoeft te vechten.

En dat betekende niet dat ze nooit meer iets lekkers at. Integendeel. Ze kon nog steeds genieten van een etentje, een verjaardag of een stukje taart. Alleen was het gevoel eromheen anders geworden. Er zat minder spanning op. Ze hoefde niet meer vooraf te bedenken hoe ze het later moest compenseren en ze hoefde zichzelf ook niet meer schuldig te voelen wanneer ze iets koos wat niet helemaal binnen haar dagelijkse patroon paste.

Eten werd weer eten.

Geen beloning.

Geen troost.

Geen verboden vrucht.

En vooral geen voortdurende strijd.

Marie merkte dat deze rust ook invloed had op andere keuzes. Wanneer ze boodschappen deed, keek ze anders naar wat ze meenam. Ze hoefde zichzelf niet meer te overtuigen dat ze iets niet mocht hebben. Ze vroeg zich eerder af waar ze op dat moment werkelijk behoefte aan had en welke keuze haar goed zou laten voelen.

Daardoor werden gezonde keuzes eigenlijk veel gewoner.

Een yoghurt met fruit en iets van noten in plaats van gedachteloos allerlei dingen uit de kast pakken. Een normale lunch in plaats van de hele middag kleine hapjes nemen. Een wandeling wanneer ze merkte dat haar hoofd vol zat, in plaats van automatisch iets te eten.

Het waren geen spectaculaire veranderingen.

Juist daarom hield ze ze vol.

En ondertussen begon haar gewicht langzaam te dalen.

Dat vond Marie in het begin bijna verwarrend. Ze had zo lang gedacht dat afvallen betekende dat je voortdurend bezig moest zijn met wat je wel en niet mocht eten. Nu was ze er juist minder mee bezig en toch zag ze de verandering op de weegschaal.

Op een ochtend stapte ze op de weegschaal en zag dat ze opnieuw was afgevallen.

Ze glimlachte.

Niet alleen vanwege het getal, maar vooral omdat ze besefte dat ze de avond ervoor nog gewoon met haar gezin had meegegeten. Ze had genoten van het eten en daarna was ze gestopt toen ze genoeg had. Zonder discussie met zichzelf. Zonder schuldgevoel. Zonder de gedachte dat ze de volgende dag streng moest zijn.

Voor Marie voelde dat als een veel groter succes dan alleen een lager getal op de weegschaal.

Ze was niet langer voortdurend bezig met afvallen.

Ze was bezig met haar leven.

En ergens onderweg waren haar keuzes veranderd.

Rustiger.

Bewuster.

En vooral zonder dat het iedere keer moeite hoefde te kosten.

Later zei ze: “Vooral de rust in mijn hoofd is zo fijn. Daardoor maak ik andere keuzes zonder moeite.”

En misschien is dat wel precies wat er kan gebeuren wanneer afvallen niet langer draait om steeds harder je best doen, maar om beter leren luisteren naar wat er werkelijk in je gebeurt.

Want wanneer er ruimte ontstaat in je hoofd, ontstaat er vaak ook ruimte om te kiezen.

Niet vanuit strijd.

Niet vanuit schuld.

Maar gewoon vanuit jezelf.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.