zelfbeeld versus zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen en zelfbeeld zijn nauw met elkaar verbonden, maar ze zijn niet hetzelfde. Je zou kunnen zeggen dat ze als twee lagen van dezelfde innerlijke wereld functioneren: het één gaat meer over wat je denkt dat je kúnt, terwijl het ander dieper raakt aan wie je denkt dat je bént.

Zelfbeeld gaat over het beeld dat iemand van zichzelf draagt. Het is de innerlijke voorstelling van wie je bent als mens. In dat beeld liggen vaak overtuigingen opgeslagen die al vroeg in het leven zijn gevormd: hoe je jezelf ziet, hoe waardevol je jezelf ervaart, of je jezelf belangrijk genoeg vindt, of je jezelf als iemand ziet die ertoe doet. Dat beeld ontstaat langzaam door ervaringen, door hoe anderen op je reageerden, door woorden die je hebt gehoord en gevoelens die daarbij zijn ontstaan. Het is dus vaak een diepere, meer fundamentele laag van de identiteit.

Zelfvertrouwen daarentegen heeft meer te maken met het vertrouwen dat je hebt in je eigen kunnen. Het gaat over het gevoel dat je iets aankunt, dat je een taak kunt uitvoeren, dat je een gesprek kunt voeren, dat je een uitdaging kunt aangaan. Iemand kan bijvoorbeeld veel zelfvertrouwen hebben in zijn werk, in spreken voor een groep of in het nemen van beslissingen.

En juist daar wordt het verschil zichtbaar, want iemand kan best veel zelfvertrouwen hebben in bepaalde vaardigheden, terwijl het onderliggende zelfbeeld toch kwetsbaar blijft. Zo zijn er mensen die naar buiten toe sterk, succesvol en competent lijken, maar die van binnen nog steeds de overtuiging dragen dat ze eigenlijk niet goed genoeg zijn of dat ze pas waardevol zijn als ze presteren.

Wanneer het zelfbeeld zacht, stevig en vriendelijk wordt, ontstaat er vaak iets moois: zelfvertrouwen groeit dan vanzelf mee. Niet omdat iemand zichzelf steeds moet bewijzen, maar omdat er van binnen een rustig besef ontstaat dat het oké is om er te zijn, precies zoals men is.

In therapeutisch werk – zeker binnen hypnotherapie – wordt daarom vaak eerst gewerkt met het zelfbeeld. Wanneer iemand van binnen anders naar zichzelf leert kijken, veranderen gedrag, keuzes en vertrouwen vaak op een heel natuurlijke manier mee.

 

Wanneer je wat dieper kijkt naar hoe een mens zichzelf ervaart, wordt langzaam zichtbaar dat zowel zelfbeeld als zelfvertrouwen grotendeels in het onbewuste worden gevormd, vaak al in de eerste jaren van het leven, in een periode waarin een kind nog nauwelijks woorden heeft voor wat het meemaakt maar waarin gevoelens en indrukken zich wel heel krachtig opslaan in het innerlijke systeem.

Een kind leert zichzelf namelijk niet kennen door naar binnen te kijken, maar door de spiegel van de omgeving. Door de blik van ouders, door de toon van hun stem, door de manier waarop er gereageerd wordt op emoties, op nieuwsgierigheid, op fouten of op succes. In al die kleine dagelijkse momenten ontstaat langzaam een innerlijke conclusie over het zelf. Niet als een bewuste gedachte, maar meer als een gevoel dat zich steeds verder nestelt.

Wanneer een kind bijvoorbeeld vaak ervaart dat het welkom is, dat gevoelens er mogen zijn en dat het gezien wordt, ontstaat er meestal een basisgevoel van bestaansrecht. Het kind hoeft daar niet over na te denken; het voelt eenvoudigweg dat het oké is om er te zijn. Vanuit die basis groeit vaak een gezond zelfbeeld.

Maar wanneer een kind vaker signalen ontvangt dat het te veel is, te gevoelig, te druk, niet goed genoeg, of wanneer liefde onbewust gekoppeld wordt aan presteren of aanpassen, dan kan het onbewuste een andere conclusie trekken. Dan kan er diep van binnen een stille overtuiging ontstaan zoals: ik moet mijn best doen om erbij te horen, of ik moet sterk zijn, of ik moet niemand tot last zijn. En juist die overtuigingen vormen later het fundament van het zelfbeeld.

Zelfvertrouwen ontwikkelt zich iets anders. Dat groeit vaak door ervaringen van kunnen, proberen, vallen en weer opstaan. Wanneer iemand merkt dat hij dingen kan leren, dat fouten niet het einde betekenen maar onderdeel zijn van groei, dan groeit het vertrouwen in het eigen handelen.

Maar wanneer iemand met een kwetsbaar zelfbeeld toch leert functioneren in de wereld, kan er een interessant verschil ontstaan. Aan de buitenkant ontwikkelt iemand vaardigheden, prestaties en misschien zelfs succes, terwijl er van binnen nog steeds een oude overtuiging ligt dat het eigenlijk nooit genoeg is. Veel mensen die van buiten sterk lijken, dragen daarom van binnen nog een oud zelfbeeld dat ooit in hun vroege leven is gevormd.

En juist daarom kan hypnotherapie zo diep werken bij dit thema. In trance komt iemand namelijk in een staat waarin het kritische, analytische deel van het bewustzijn wat zachter wordt, terwijl het onbewuste juist toegankelijker wordt. Dat betekent dat je niet alleen met gedachten werkt, maar met de lagen waar die oude conclusies ooit zijn ontstaan.

In die toestand kan iemand bijvoorbeeld opnieuw contact maken met een jonger deel van zichzelf dat ooit bepaalde overtuigingen heeft gevormd. Niet om het verleden te veranderen, maar om er een nieuwe betekenis aan te geven. Het volwassen deel van iemand kan als het ware een nieuwe ervaring aanbieden aan dat oude innerlijke stuk, waardoor het systeem langzaam begint te voelen dat de oude conclusie misschien niet meer nodig is.

Wanneer dat gebeurt, verschuift vaak eerst het zelfbeeld. En wanneer het zelfbeeld zachter en vriendelijker wordt, ontstaat er vaak vanzelf een ander soort zelfvertrouwen. Niet het gespannen vertrouwen dat steeds iets moet bewijzen, maar een rustiger vertrouwen dat voortkomt uit een dieper gevoel van eigen waarde.

Veel cliënten beschrijven dat moment als een subtiele maar duidelijke verschuiving. Niet alsof ze ineens een ander persoon zijn geworden, maar meer alsof er van binnen iets ontspant. Alsof er ruimte komt om zichzelf minder streng te beoordelen en meer te ervaren dat ze eigenlijk al voldoende zijn.

En vanuit die plek wordt groei vaak moeitelozer.

 

 

Wanneer je rustig kijkt naar de patronen waar mensen in hun leven tegenaan lopen, wordt vaak zichtbaar dat veel gedrag aan de oppervlakte eigenlijk een uitdrukking is van iets dat dieper in het innerlijke landschap ligt. Gedrag lijkt dan het probleem, terwijl het in werkelijkheid vaak een manier is waarop het systeem probeert om te gaan met een oud zelfbeeld dat ooit is ontstaan.

Dat zie je bijvoorbeeld heel duidelijk bij emotie-eten. Voor veel mensen lijkt het alsof het probleem simpelweg gaat over discipline, voeding of wilskracht. Maar wanneer iemand werkelijk naar binnen gaat kijken, ontstaat er vaak een heel ander beeld. Eten blijkt dan niet alleen voeding te zijn, maar ook troost, afleiding, rust of bescherming. En onder dat patroon ligt vaak een gevoel dat iemand zichzelf moeilijk kan geven wat hij of zij eigenlijk nodig heeft. Wanneer het zelfbeeld ergens diep van binnen de overtuiging draagt dat je niet belangrijk genoeg bent, dat je jezelf moet wegcijferen of dat je gevoelens niet echt ruimte mogen krijgen, dan zoekt het systeem vaak andere manieren om spanning te verzachten. Het lichaam probeert dan als het ware een vorm van regulatie te vinden, en eten kan dan tijdelijk dat zachte, kalmerende gevoel geven.

Bij perfectionisme zie je een vergelijkbaar mechanisme. Aan de buitenkant lijkt het alsof iemand gewoon heel gedreven is of hoge standaarden heeft. Maar wanneer je voorzichtig kijkt naar wat er van binnen gebeurt, wordt vaak voelbaar dat er een diepere drijfveer onder ligt. Veel perfectionisme ontstaat namelijk niet uit liefde voor kwaliteit, maar uit een subtiele angst om niet goed genoeg te zijn. Het systeem probeert dan voortdurend te voorkomen dat die oude pijn of afwijzing opnieuw wordt gevoeld. Door alles perfect te doen, door controle te houden, door geen fouten te maken, hoopt het onbewuste dat het veilig blijft. Maar tegelijkertijd blijft die innerlijke druk bestaan, omdat het oude zelfbeeld eigenlijk nooit echt verandert zolang het alleen met gedrag wordt gecompenseerd.

Ook uitstelgedrag wordt vaak verkeerd begrepen. Mensen denken soms dat het een gebrek aan motivatie is, of luiheid. Maar in veel gevallen is het juist een vorm van bescherming. Wanneer iemand diep van binnen gelooft dat falen iets zegt over zijn waarde als mens, dan kan het beginnen van een taak onbewust spannend worden. Want zodra je begint, bestaat de mogelijkheid dat iets niet lukt. En wanneer het zelfbeeld kwetsbaar is, kan dat voelen alsof het hele zelf op het spel staat. Het systeem kiest dan soms onbewust voor uitstellen, omdat dat veiliger voelt dan het risico lopen om de oude overtuiging bevestigd te zien.

Wat zo interessant is, is dat al deze patronen vaak veranderen wanneer het zelfbeeld begint te verschuiven. Niet doordat iemand zichzelf streng probeert te corrigeren, maar doordat er van binnen een andere ervaring ontstaat over wie men is. Wanneer iemand werkelijk begint te voelen dat hij of zij waardevol is, ook wanneer dingen niet perfect gaan, ook wanneer er fouten worden gemaakt, dan verliest veel van dat beschermende gedrag langzaam zijn functie.

In hypnotherapie wordt daarom vaak niet alleen gewerkt aan het gedrag zelf, maar juist aan de innerlijke overtuigingen die het gedrag voeden. In trance kan iemand opnieuw contact maken met die diepere lagen van het onbewuste waar oude conclusies zijn gevormd. En wanneer daar nieuwe ervaringen worden toegevoegd – ervaringen van veiligheid, acceptatie en eigen waarde – dan kan het systeem langzaam gaan reorganiseren.

Het bijzondere is dat veranderingen dan vaak niet geforceerd voelen. Mensen merken bijvoorbeeld dat ze ineens minder behoefte hebben aan bepaald eten, zonder dat ze zichzelf streng moeten controleren. Of dat ze een taak beginnen zonder die oude verlammende spanning. Of dat ze milder naar zichzelf kijken wanneer iets niet meteen lukt.

Het lijkt dan soms alsof er iets op een stille manier is herschreven in het innerlijke landschap.

En misschien is dat wel de kern van veel therapeutisch werk: niet iemand veranderen in een beter mens, maar iemand helpen herinneren dat de waarde die hij of zij zocht, eigenlijk altijd al aanwezig was, alleen misschien een tijdlang verborgen onder oude verhalen die ooit logisch waren, maar nu niet meer nodig zijn.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.